U leest mij niet deze week. Ik u evenmin. We zijn namelijk op Krinkel.
Voor de leek wat betreft het jargon van mijn vorige werkgever: Krinkel is een bivak voor alle Chiroleiding uit Vlaanderen. Lees: 3000 man op tentenkamp met een minimum aan elektriciteit en stromend water. Wij gaan mee om de Leuvense delegatie van dagelijkse kost te voorzien. En in gezelschap van een uk van 5 maand vergt dat enige voorbereiding.
Een buitenspeeldeken. Dat hadden we nog niet. En leek ons handig, zo levend in de vrije natuur.
Het werd dit:

De onderkant is een toile cirée van een euro of twee, uit de Zeeman. Excuseer, een 'afwasbaar tafellaken met flanellen bodem, verschillende dessins'. Werkelijk geen echte toile cirée dus, want flinterdun, maar dat kwam me in dit geval goed uit want een kampeerdeken is best licht. Wat dat dessin betreft: ik koos voor een ruitje, dat graag rood wil zijn maar eerder roze is. Maar gelukkig beschikte ik ook over een waardeloos alles-in-één set naaispullen, dat een bobijn stikzij in net dezelfde kleur bevatte. Dat ruitje plooide ik tot een boordje over de bovenzijde, van blauw fleece. (Kan iemand me trouwens eens uitleggen waarom fleece steeds goedkoper is per dekentje dan per meter?)
En omdat wij er van uitgaan dat kamperen zon betekent (en onze ogen dichtknijpen als kenners à la 'morgen meer weer' dingen fluisteren over regenzones op komst), was er ook een schaduwfunctie nodig aan het dekentje.
Die ontstond door het maken van een 'parasolgat' in het midden van het ding. In combinatie met de kinderparasol die ik tijdens de solden moeilijk kon laten liggen in de Hema, heeft onze dochter een heus speeltapijt met schaduw én mogelijkheid tot het ophangen van spelmateriaal. (Ok, ok. Het tapijt is wat schaduw betreft niet volledig gecoverd. Een volwassen exemplaar van die parasol zou beter werken. En het komt ook door ons mossig gazon dat nooit aandacht krijgt, en bijgevolg weigert om een parasolpaal dieper dan 2 cm in zijn oppervlak toe te laten.)
Langs de rand van het dekentje sloeg ik nog een paar hameroogjes, om het bij windhozen vast te heien met haringen. En hupsakee: richting kampvuur!






